De Bevrijding

(Inzending Verhaal van de maand December)

Het is 11 November 2004, half acht ‘s ochtends. Bert wrijft slaap uit de ogen en kijkt wat overdonderd naar koks en serveuses die langs hem heen flitsen. De decorateurs werken de bloemstukjes op de tafels af met madeliefjes en groene bladeren. Het is de grote dag vandaag. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost en hij zal nog jaren zijn investering bij de bank afbetalen, maar het was het allemaal waard. Vandaag om half twaalf gaan voor het eerst de deuren open voor de lunch en aaneensluitend avond eten. Tot tien uur zullen alle veganisten, flexitariërs en vegetariërs kleurrijke maaltijden geserveerd krijgen. Salades, pasta’s, schotels met linzen en kikkererwten, tofu, seitan, tempe en een hoop eigen creaties met hippe namen en creatieve presentatie. “De Bevrijding” is niet zo maar een restaurant. Bert heeft er zijn ziel ingestoken. De Bevrijding staat voor gezonde en lokale gerechten. Daarvoor werken ze samen met de lokale landbouwers en middenstanders. Al het eten wordt vers bereid en de opbrengst wordt gelijk verdeeld onder de medewerkers. Coöperatieven zijn nog zeldzaam in Vlaanderen en het duurde even voor Bert er zijn hoofd rond kreeg, maar uiteindelijk bleken de cijfers te kloppen en was hij al lang tevreden met een minimumloon. De zaak zal vooral een nalatenschap zijn voor zijn kinderen want zelf wil hij binnenkort met pensioen. Niet dat hij niet graag meer werkt, maar de dokters raadden aan wat rustiger aan te doen. Vorig jaar kreeg Bert al enkele overbruggingen. Hij ziet zichzelf nog lang meegaan, maar beseft ook dat de stress van een eigen zaak wellicht snel teveel zou worden. Naarmate de drukte toeneemt verzinkt Bert dieper in herinneringen.

Drie en zestig jaar geleden toen zijn jongere zus Ghislaine net twee jaar geworden was, was de oorlog nog maar vijf maanden bezig. De wereld was nog in een bijna saaie maar zalige staat van gewoonheid. De aanwezigheid van de Duitsers was amper te merken, maar onder deze schijnbare rust begon een ondraaglijke spanning langzaam te zwellen.
De zeug ‘Suzie’ was net de keel over gesneden. Het was een gruwelijk spektakel dat Bert nu nog koude rillingen geeft. De dag ervoor had vader gezegd “Morgen moet Suzie op ‘t mes. We kunnen het ons ni veroorloven dat beest te voeden en als wij ze ni op eten doen de Duitsers het.” De volgende ochtend liep Bert van zijn bed in de hoek van de leefkamer naar de stal, een kleine houten hut naast het bakstenen huis dat niet veel groter was. Op elke andere dag sprong Suzie hem tegemoet en duwde ze hem met haar bijna twee meter lange lijf zo omver. Dat was hun geroutineerde spelletje voor het voeden. Maar nu zat Suzie in de verste hoek verdoken in de schaduw en ze keek hem bang aan. Ze wist het. Vader zei het ook: “Die beesten lijken dom maar ze hebben een zesde zintuig. De dingen waar wij over praten die voelen ze in de lucht.” Zelfs als vier jarig kind begreep Bert dat er iets luguber en verkeerd was aan het slachten van zo een intelligent wezen. Vader had altijd varkens gehouden. De winter in Hoevene was anders te zwaar. Wie wil er vier maanden kolen en aardappelen eten? Ze aten de komende maanden veel varkensvlees, in ‘t geniep. Het was hun familiale geheim. Ze hadden een ijsput achter het huis en die zat bijna onzichtbaar onder een plank vol planten. Eerst aten ze de schone stukskes die ze niet verkocht hadden: Koteletjes en mignonettes. Dan de normale boerenkost: beuling en pens, gekapt en spek, gerookt en gezouten vlees. Bert vond er niet veel aan maar hij wist dat hij niet te klagen had. Ghislaine hield zelfs als peuter al van varkenspootjes en andere vetrommel en smikkelde alles met veel plezier naar binnen. Enkele dagen later hoorden ze voor het eerst de gillende sirene van een V bom die geworpen werd.

Drie jaar later was de herinnering van lage kwaliteitsvlees al voldoende om hongeraanvallen vanjewelste aan te steken. Rantsoenen waren belachelijk klein en de smokkel ging niet zo vlot meer als in de eerste jaren. De Duitsers waren ook minder sympathiek dan toen. Er hing iets agressief in de lucht, de waanzin die bij wanhoop de kop op steekt. Dat gevoel waar je als kind zo van terug deint, als van een hond die angst ruikt. In de vroege jaren kregen ze wel eens een stukje chocola of ander lekkers van de moffen maar nu staarden ze iedereen aan als de vijand. Ze hebben veel Christusbeelden platgegooid en kerken ingenomen in de buurt. “Ze gebruiken België als strategisch punt”, zei pa. “De echte vijand zijn wij niet.” ‘Maar wie dan wel’, vroeg Bert zich af. Veel verzet was er niet, dat werd zo de kop in gedrukt met het publieke fusilleren van gevangenen. Enkele oude maten van pa waren wel naar de kampen gestuurd omdat ze meededen aan gebrekkige verzetsacties, geïnspireerd door de Nederlanders die hier wel eens naar de grensdorpen slopen om amok te zaaien. Ze hoorden straffe verhalen over hoe joden naar kampen waren gevoerd samen met homo’s en andere vrijdenkers. Wat die kampen waren daar hadden ze in feite geen idee van. In onwetendheid waren er veel van de lokale ambtenaren voor de Duitsers beginnen werken, onder dwang zeiden ze, maar Bert wist beter. Ma zat in stilte zus haar wondjes te verzorgen. Ze hadden zich onder de oude dikke eikentafel verscholen, maar een van de poten was onder druk van het puin gebroken. Het huis stond tenminste nog recht, dat van de buren niet meer. Francois, de buurman, had staan kijken naar waar de bommen zouden vallen en was er knal onder bedolven. Bert kwam er met wat schrammen vanaf.

Twintig jaar later, toen Bert op huwelijksreis was naar Australië, had hij op een doortocht van het binnenland bij toeval een grote agricultuur faciliteit gezien in de verte. Hij had er uit nieuwsgierigheid even gaan piepen en zag hoe duizenden varkens in hun eigen drek overleefden in kleine kooien, met afgeknipte staarten en uitgetrokken tanden zodat ze elkaar niet zouden kannibaliseren. Bert was ontdaan. Dit had niks te maken met de winter overleven en het deed hem denken aan de eerste zwart wit foto’s van de concentratiekampen die hij zag enkele jaren na de oorlog, toen er in de volksmond voor het eerst over een ‘Holocaust’ gesproken werd. Het was op dezelfde huwelijksreis dat hij met vegans uit verschillende landen in contact kwam. Zijn vrouw Lisa en hij beslisten vanaf toen zelf plantaardig te leven. Bij terugkeer naar België gingen ze de strijd aan met het traditionele gedachtegoed en ijverde voor minder dierlijke producten in voeding en kleding. Het had lang geduurd voor hij zijn eigen restaurant uiteindelijk uit de grond gestampt had.

De deur van De Bevrijding zwaait open en klinkt een mooi belletje. Met een snok wordt Bert wakker uit zijn herinneringen. Tot zijn verbazing is Ghislaine de eerste gast die het restaurant binnen wandelt. Ze kijkt hem star aan. “Het wordt tijd om het eens anders te doen, denk ik.” Zegt ze een beetje ongemakkelijk. “Wat valt er hier zoal te eten?” Bert antwoordt lachend: “Zet u maar neer zus, wij zullen u wel soigneren.” Ghislaine glimlacht en neemt plaats op een van de groene stoelen. Op haar armen ziet Bert nog de kleine littekentjes van het bombardement. Kort na haar aankomst loopt De Bevrijding al snel vol. De opening is een daverend succes waar in de lokale media over gesproken zal worden. Het toont de groei in bewustzijn en dit maakt Bert oprecht gelukkig.

Ook ‘s avonds is iedereen enthousiast over het eten en er wordt met veel lof gesproken over de stijl en de inrichting. Op het raam onder de kalligrafische letters “De Bevrijding”, prijkt een stikker prent: Een tekening van een vrolijke zeug omgeven door bloemen en wilde planten. “Suzie” fluistert Bert in zichzelf en wandelt voldaan de deur uit om thuis van de overwinning te genieten.

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s