De Bevrijding

(Inzending Verhaal van de maand December)

Het is 11 November 2004, half acht ‘s ochtends. Bert wrijft nog wat slaap uit de ogen en kijkt wat overdonderd naar koks en serveuses die langs hem heen flitsen. De decorateurs werken de bloemstukjes op de tafel af met madeliefjes en groene bladeren. Het is de grote dag vandaag. Het heeft bloed, zweet en tranen gekost en Bert zal nog heel wat jaren zijn investering bij de bank afbetalen, maar het was het allemaal waard. Vandaag om half twaalf doen ze voor het eerst de deuren open voor de lunch en aaneensluitend het avond eten. Tot tien uur zullen alle veganisten, flexitariërs en vegetariërs kleurrijke maaltijden geserveerd krijgen. Salades, pasta’s, schotels met linzen en kikkererwten, tofu, seitan, tempe en een hoop eigen creaties met hippe namen en een creatieve presentatie. “De Bevrijding” is niet zo maar een restaurant. Bert heeft er zijn ziel ingestoken. De Bevrijding staat voor gezonde en lokale gerechten en ze werken daarvoor samen met de lokale landbouwers en middenstanders. Al het eten wordt vers bereid en de opbrengst wordt eerlijk verdeeld onder alle medewerkers. Coöperatieven zijn nog zeldzaam in Vlaanderen en het duurde even voor Bert er zijn hoofd rond kreeg, maar uiteindelijk bleken de cijfers te kloppen en was hij al lang tevreden met een minimumloon. De zaak zal vooral een nalatenschap zijn voor zijn kinderen want zelf wil hij binnenkort met pensioen. Niet dat hij niet graag meer werkt, maar de dokters raden aan het wat rustiger aan te doen. Vorig jaar kreeg Bert al enkele overbruggingen. Hij ziet zichzelf nog lang meegaan, maar beseft ook dat de stress van een eigen zaak wellicht snel teveel zou worden. Naarmate de drukte toeneemt verzinkt Bert dieper in herinneringen.

Drie en zestig jaar geleden toen zijn jongere zus Ghislaine net twee jaar geworden was, was de oorlog nog maar vijf maanden bezig. De wereld was nog in een bijna saaie maar zalige staat van gewoonheid. De aanwezigheid van de Duitsers was amper te merken, maar onder deze schijnbare rust begon een ondraaglijke spanning langzaam te zwellen.
De zeug ‘Suzie’ was net de keel over gesneden. Het was een gruwelijk spektakel dat Bert nu nog koude rillingen geeft. De dag ervoor had vader gezegd “Morgen moet Suzie op ‘t mes. We kunnen het ons ni veroorloven dat beest te voeden en als wij ze ni op eten doen de Duitsers het.” De volgende ochtend liep Bert van zijn bed in de hoek van de leefkamer naar de stal, een kleine houten hut naast het bakstenen huis dat niet veel groter was. Op elke andere dag sprong Suzie hem tegemoet en duwde ze hem met haar bijna twee meter lange lijf zo omver. Dat was hun geroutineerde spelletje voor het voeden. Maar nu zat Suzie in de verste hoek verdoken in de schaduw en ze keek hem bang aan. Ze wist het. Vader zei het ook: “Die beesten lijken dom maar ze hebben een zesde zintuig. De dingen waar wij over praten die voelen ze in de lucht.” Zelfs als vier jarig kind begreep Bert dat er iets luguber en verkeerd was aan het slachten van zo een intelligent wezen. Vader had altijd varkens gehouden. De winter in Hoevene was anders te zwaar. Wie wil er vier maanden kolen en aardappelen eten? Ze aten de komende maanden veel varkensvlees, in ‘t geniep. Het was hun familiale geheim. Ze hadden een ijsput achter het huis en die zat bijna onzichtbaar onder een plank vol planten. Eerst aten ze de schone stukskes die ze niet verkocht hadden: Koteletjes en mignonettes. Dan de normale boerenkost: beuling en pens, gekapt en spek, gerookt en gezouten vlees. Bert vond er niet veel aan maar hij wist dat hij niet te klagen had. Zijn hield zelfs als peuter al van varkenspootjes en andere vetrommel en smikkelde alles met veel plezier naar binnen. Enkele dagen later hoorden ze voor het eerst de gillende sirene van een V bom die geworpen werd.

Drie jaar later was de herinnering van lage kwaliteitsvlees al voldoende om hongeraanvallen vanjewelste aan te steken. Rantsoenen waren belachelijk klein en de smokkel ging niet zo vlot meer als in de eerste jaren. De Duitsers waren ook minder sympathiek dan toen. Er hing iets agressief in de lucht, de waanzin die bij wanhoop de kop op steekt. Dat gevoel waar je als kind zo van terug deint, als van een hond die angst ruikt. In de vroege jaren kregen ze wel eens een stukje chocola of ander lekkers van de moffen maar nu staarden ze iedereen aan als de vijand. Ze hebben veel Christusbeelden platgegooid en kerken ingenomen in de buurt. “Ze gebruiken België als strategisch punt”, zei pa. “De echte vijand zijn wij niet.” ‘Maar wie dan wel’, vroeg Bert zich af. Veel verzet was er niet, dat werd zo de kop in gedrukt met het publieke fusilleren van gevangenen. Enkele oude maten van pa waren wel naar de kampen gestuurd omdat ze meededen aan gebrekkige verzet-acties, geïnspireerd door de Nederlanders die hier wel eens naar de grensdorpen slopen om amok te zaaien. Ze hoorden straffe verhalen over hoe joden naar kampen waren gevoerd samen met homo’s en andere vrijdenkers. Wat die kampen waren daar hadden ze in feite geen idee van. In onwetendheid waren er veel van de lokale ambtenaren voor de Duitsers beginnen werken, onder dwang zeiden ze, maar Bert wist beter. Ma zat in stilte zus haar wondjes te verzorgen. Ze hadden zich onder de oude dikke eikentafel verscholen, maar een van de poten was onder druk van het puin gebroken. Het huis stond tenminste nog recht, dat van de buren niet meer. Francois, de buurman, had staan kijken naar waar de bommen zouden vallen en was er knal onder bedolven. Bert kwam er met wat kleerscheuren en schrammen vanaf.

Twintig jaar later, toen Bert op huwelijksreis was naar Australië, had hij op een doortocht van het binnenland bij toeval een grote agricultuur faciliteit gezien in de verte. Hij had er uit nieuwsgierigheid even gaan piepen en zag hoe duizenden varkens in hun eigen drek overleefden in kleine kooien, met afgeknipte staarten en uitgetrokken tanden zodat ze elkaar niet zouden kannibaliseren. Bert was ontdaan. Dit had niks te maken met de winter overleven en het deed hem denken aan de eerste zwart wit foto’s van de concentratiekampen die hij zag enkele jaren na de oorlog, toen er in de volksmond voor het eerst over een ‘Holocaust’ gesproken werd. Het was op dezelfde huwelijksreis dat hij met vegans uit verschillende landen in contact kwam. Zijn vrouw Lisa en hij beslisten vanaf toen zelf plantaardig te leven. Bij terugkeer naar België gingen ze de strijd aan met het traditionele gedachtegoed en ijverde voor minder dierlijke producten in voeding en kleding. Het had lang geduurd voor hij zijn eigen restaurant uiteindelijk uit de grond gestampt had.

De deur van De Bevrijding zwaait open en klinkt een mooi belletje. “Ding,dong” Met een snok wordt Bert wakker uit zijn herinneringen. Tot zijn verbazing is Ghislaine de eerste gast die het restaurant binnen wandelt. Ze kijkt hem star aan. “Het wordt tijd om het eens anders te doen, denk ik.” Zegt ze een beetje ongemakkelijk. “Wat valt er hier zoal te eten?” Bert antwoordt lachend: “Zet u maar neer zus, wij zullen u wel soigneren.” Ghislaine glimlacht en neemt plaats op een van de groene stoelen. Op haar armen ziet Bert nog de kleine littekentjes van het bombardement. Kort na haar aankomst loopt De Bevrijding al snel vol. De opening is een daverend succes waar in de lokale media over gesproken zal worden. Het toont de groei in bewustzijn en dit maakt Bert oprecht gelukkig.

Ook ‘s avonds is iedereen enthousiast over het eten en er wordt met veel lof gesproken over de stijl en de inrichting. Op het raam onder de kalligrafische letters “De Bevrijding”, prijkt een stikker prent: Een tekening van een vrolijke zeug omgeven door bloemen en wilde planten. “Suzie” fluistert Bert in zichzelf en wandelt voldaan de deur uit om thuis van de overwinning te genieten.

Idiocratie en breinpijn.

[Leestijd 8min]

Soms moet er gesproken worden over de dingen die moeilijk te zeggen zijn. In de hoop bij het blootleggen van de wonde dan een genezing in gang te zetten, is het soms best er over te schrijven. Dit is wellicht een gevolg van waar ik het over wil hebben: dat we de confrontatie uit de weg gaan omdat het lijkt alsof er niet over gesproken mag worden.

Ik heb het over het simpele feit dat het vaak uitdagend is om als slimme – ik zoek al een eufemisme om reactie te ontwijken – meer intelligente mens door het leven te gaan. Natuurlijk krijg ik in gedachte meteen een bak oordelen over me heen en god ja we moeten natuurlijk de mentaal uitgedaagde minderheden beschermen en hun uitdagingen ook erkennen. Laat ons niet vergeten dat onder de aanvaarde gemiddelde intelligentie van IQ100, 49% bevolking zit die minder slim is dan dat. “Wit privilege”, “intellectuele elite” en nog een hoop andere berispingen beeld ik me al in als ik het woord “uitdagend” neerschrijf, hoewel ik liever moeilijk, pijnlijk of onmogelijk zou zeggen, maar het gevoel heb dat dat niet mag. Ja, zo diep gaat het.

Ik heb het wel degelijk over de schaamte die opborrelt bij het feit dat je slimmer bent dan anderen, en dat vooral tegen niemand mag zeggen. Waarom mensen zich beledigd voelen als iemand slimmer is dat heb ik nooit begrepen. Sommige mensen zijn mooier, andere slimmer, andere handiger, andere vriendelijker, … Iedereen heeft zijn talenten en dat mag en moet zo zijn. Waarom daar schaamte rond moet bestaan is mij niet helemaal duidelijk maar ik kan me inbeelden dat het iets te maken heeft met ons Christelijk idealistisch collectief erfgoed.

In welke mate deze situatie pijn berokkend aan die geprivilegieerde massa van hoog onderwezen boekwurmen is wellicht nooit voldoende onderzocht geweest dus mijn verzet is puur anekdotisch. Het begint bij de kleine dingen. Elk moment in het dagelijks leven en vooral bij sociale interactie zit vol minuscule ergernissen en frustraties die laat ons eerlijk zijn op de duur je bloed laten koken.

Bijvoorbeeld, je gaat naar de kassa met drie producten met tweecijfer bedragen en je weet natuurlijk meteen hoeveel je moet betalen en hoeveel je moet terugkrijgen maar je moet daar dan toch nog 5 minuten staan wachten tot de dienstplichtige in kwestie zijn toestel gebruikt heeft om dat voor jou te berekenen en op papier te zetten. Het gaat natuurlijk verder dat al die licht frustrerende momenten dat je moet wachten tot de anders brein volgt met het jouwe. Je kan bijvoorbeeld aan een eettafel niet vermelden wat wellicht gezond is en wat niet zonder mensen te beledigen, hoewel iedereen onderzoek kan doen over voedingsleer. Nog een stap verder, als je bij de dokter bent moet je natuurlijk doen alsof je van je eigen lichaam niets begrijpt en vooral zijn autoriteit erkent die hij door zeven jaar studies heeft opgebouwd en dat je dan maar gewoon ja moet knikken als je vergif voorgeschoteld krijgt en geen effectieve behandeling.

Spreek ook vooral niet over hoe je geen werk vindt, niet omdat je onbekwaam bent maar omdat de werkgever en de ondervrager in kwestie geïntimideerd zijn door je gevatheid en zich bedreigd voelen in hun machtspositie. Doe ook maar vooral alsof je je niet kan uitdrukken want niemand spreekt graag met iemand die alles kan verwoorden en begrijpt dus dan heb je al snel geen vrienden meer. De tergende herhaling van banale mediafeiten moet je natuurlijk gewoon slikken en het continue bombardement aan advertentie cliché’s hoort nu eenmaal bij onze hedendaagse manier van leven. Dat niemand nog weet hoe te leven vermeld dat vooral niet en als iemand klaagt over zijn persoonlijke problemen geef hen vooral het comfort van in dat probleem te blijven steken want niemand heeft graag oplossingen die wellicht moeite kosten en zelfontwikkeling.

Als je god eigen vader over je nieuwste Engelse roman zegt “dat het wel wat moeilijk is voor de gewone mens”, dan stel ik mij de vraag wat mensen zouden denken over boeken over kernfysica in het Chinees schrijven? Waarom is een normale intelligentie “te veel” voor de meeste mensen? Waarom staan er Rechten alumni hamburgers te bakken in MacDonalds en waarom kunnen jongeren met meerdere master diplomas met moeite hun huur betalen? Dat we de norm verlaagd hebben dat mag wel duidelijk zijn als je naar de iconen van de maatschappij kijkt, maar dat het verboden is om te laten merken dat je iet of wat begripsvermogen hebt is nu wel een stap te ver.

Voor anderen zoals ik is het wellicht even pijnlijk om te merken dat de doorsnee hobby van de Vlaamsche mens het verorberen van dierenlijken of -secreties is. Daarnaast is het consumeren van gefermenteerde suiker en de daarbij gevolgde hersenschade die hen in staat stelt om hetzelfde verhaal tot tien keer toe te herhalen erg populair. Dus kom vooral als slimmerik ook niet buiten als je niet bereid bent zelf mee een trapje af te dalen in de diepte van een slecht functionerend brein. Mag het dan eindelijk gezegd worden hoe ondraaglijk het is hoe het weer en de laatste modes een gespreksonderwerp moeten zijn en dat je vooral niet mag vermelden dat onze samenleving gebaseerd is op een illusie van samenhorigheid en dat we eigenlijk gewoon allemaal ‘gaan werken’ omdat we stiekem weten dat er anders geweld op ons te wachten staat?

Is dit een pleidooi? Verwacht ik hier iets van? Niet meteen, maar laat me toch even idealistisch zijn en geloven dat het nog kan dat we in een wereld leven waar wijsheid, kennis, ervaring en inzicht beloond kunnen worden en waar we met cultuur en onderwijs de moeite doen om mensen enig begripsvermogen en levensvaardigheid aan te leren. Laat ons hopen dat op zijn minst mensen die ze wel allemaal op een rij hebben hun gedacht mogen zeggen en daar niet veroordeeld of bestraft voor worden. Dat intelligentie niet langer tot schaamte moet lijden maar opnieuw trots kan inboezemen. Dat de wereld kan toegeven dat we nood hebben aan wereldverbeteraars en ingenieurs, inspirerende schrijvers en goeie communicators en dat we moeten stoppen met domheid te verafgoden en idioten op een troon te zetten.

#stopdeidiocratie #slimzijnmag #speakyourtruth #dethronetheidiots #intelligenceisbeautiful

Kerstketterij

Bij kerst denk ik vooral aan de vreemde sfeer die er hing bij de geforceerde en aangekondigde aangelegenheden die ik als kind moest bijwonen om toch de gelegenheid te hebben om mijn bloedverwanten ten minste een keer per jaar te zien. Daarnaast waren er de ongepaste cadeaus waar je dan gefaket blij voor moest zijn en de ettelijke indigesties van het proberen verwerken van allerlei decadente maaltijden, vaak geworteld in de marteling en dood van een of andere bedreigde diersoort. Tien jaar geleden schreef ik er een redelijk gepaste komische hymne voor.

op stal jagen

ik doe alsof
de decadentie van eind december
vergeten kan worden
als een cadeau

ik negeer kerst
als een ketter
modder ik aan
als smeltende sneeuw
erger nog
als een engel in de sneeuw gepist
leg ik mezelf in de watten
met wild vlees en warm gebak
dat naar meer smaakt in mijn kruis

kus mijn kerstballen
die op zolder het stof vergaren
bij gebrek aan een geslaagd feest

je kunt als alle lampjes
die denken dat ze sterren zijn
de boom in


Ik kan er nog steeds goed om lachen. De laatste jaren heb ik meer kunnen genieten van authentieke ervaringen van gezelligheid door toevallig bezoek van echte vrienden of het geven van een kerstfeest voor kansarme kinderen in België en India. Dit jaar is het weer allemaal anders aangezien mijn partners ouders langskomen en ik toch weer ga verbinden met mijn eigen familie om wat cirkeltjes rond te maken. Bovendien werd ik nu al geïnterviewd over duurzame kerstcadeaus. Je kan daarover alles lezen hier.
Ik voel dat de idealen die ik al heel mijn leven koester zich stilaan beginnen te verspreiden. De vraag is natuurlijk of we met zijn allen de geboorte van het licht mogen meemaken of dat er ons een eeuwige duisternis te wachten staat? Klimaat wanhoop en economisch culturele crisissen lijken een fatalistisch verhaal af te kondigen. Alan Watts refereerde altijd naar de ‘human error’ van ons bewustzijn op die manier; het geloof dat een soort ‘nietsheid’ ons op een bepaald moment zou overnemen, niet beseffend dat alles leven is, ook sterven, dat alles altijd verandert en dat we altijd alles zijn… Taalkundig is dat wellicht niet eens een correcte zin, maar diep vanbinnen weten we dat het waar is. Alles zal altijd anders zijn. Het is enkel ons vastklampen aan hoe iets geweest is dat het onprettig maakt, laat dat dit jaar mijn geschenk zijn. Prettige Krishna en gelukkige nieuwe zon!

Koolstof (Inzending verhaal van de maand – shortlist)

In de zomer van 2019 gebeurde het. De vroege hitte voorspelde iets bijzonders. Vogeltjes vielen op slag neer, hun bek open alsof ze een laatste lied voor zichzelf aanzetten. Vliegen zwermden over het ademende asfalt en rond ijswagens krioelden de wespen.
Ik had niet de moeite genomen om een reis te plannen voor verkoeling of verzet. Ik nam het mezelf al kwalijk. “De komende week zal de temperatuur niet dalen, dus aan iedereen die gaat werken vergeet je ventilator niet en drink voldoende.” Soms wilde ik de afstandsbediening naar de weerman smijten, maar ik hield te veel van mijn plasmascherm. 
Ik werkte graag. Mijn baan als industrieel ingenieur bood altijd uitdagingen en mijn collega’s waren door de jaren en discussies heen mijn beste maten geworden. We speelden squash na het werk en soms liet ik hen winnen. Wegsmelten aan een bureau met een I-mac was nu niet meteen mijn idee van de ideale zomer. Ik browsete nonchalant de last-minutes op een cheap-flight site vol Google adds, maar niets kon mijn aandacht voldoende vasthouden om er met volle zin op in te gaan.
Op een nietszeggende donderdag kwam ik thuis en zette net als altijd mijn elektrische fiets dubbel op slot tegen de gevel, viste naar mijn huissleutels in mijn man-purse en opende de voordeur die het geluid maakte van een licht opgewonden vrouw. Ik controleerde als altijd de built-in brievenbus, wetende dat ik er een hoop rekeningen of reclame uit zou halen. Maar meteen viel het me op. De grote beige enveloppe met rare zegels, stempels en letters. Op het eerste zicht was het iets Russisch. Ik had niet veel pap gegeten van de geschiedenis van de USSR en ik was alles behalve op de hoogte van de huidige politieke situatie. Rusland gaf me altijd het gevoel dat alles wat ze zeggen en doen serieus is. 
Ik struikelde bijna over de trap en ik kwam met een vaart binnen zonder schoenen of jas uit te doen. Ik smeet mijn spullen in de zetel en scheurde de enveloppe open met een bijna gewelddadige vingerbeweging. Dear Mr…, … honored to tell you…. you will need to resign immediately… this is very important… we haven chosen you out of… Please do not disappoint us. … . 
Wat ik er in een schuine lezing uit kon opmaken, was dat het om een vage jobaanbieding ging voor de Russische overheid. Ik begreep niet meteen wat ik daar te zoeken had of hoe ze mij gevonden hadden, maar ik nam het aan als de ontsnappingsroute die ik wellicht nodig had. De wedde waarover ze spraken was dan ook zeer aanlokkelijk. Ik belde mijn baas Rudy, de slechtste squasher van het hele team, en vroeg om onbetaald verlof. Gezien mijn prestaties gaf hij na enig tegenpruttelen toe. Een week later zat ik met een spoedvisum en een minimum aan bagage op een vliegtuig richting Moskou. De in plastiek verpakte maaltijd aan boord was wansmakelijk en de hele vlieger rook naar slecht gekookt vlees. De vlucht duurde niet te lang en bij aankomst werd ik opgehaald door een chauffeur Andrej, die geen woord Engels sprak. We zaten de hele rit in een ongemakkelijke stilte uit het raam te staren. “Spaziba” zei ik bij het uitstappen. Het is het enige Russische woord dat ik kende en ik kon het onthouden dankzij het ezelsbruggetje ‘spatie bar’.
De volgende dag werd ik opgehaald door de raad van bestuur van het bedrijf. We reden naar een statig grijs betonnen gebouw, een grote broer van de Boeren Toren. Op de 7e verdieping in kamer 1023 zaten er weer enkele mannen in maatpak. Iedereen leek op elkaar. Ik kwam binnen en er hing een bedrukte sfeer van geheimhouding en etiquette. Er lag een contract voor me klaar waarin ik verzekerde dat er geen ‘disclosure’ zou plaats vinden. Dit was vrij standaard in ons werkveld, dus ik ondertekende zonder twee keer na te denken of de kleine lettertjes te lezen. Dan duwden ze een dossier naar me toe. De hele map puilde uit van statistieken en cijfers betreffende koolstof uitstoot, bewijzen van klimaat verandering, theorieën over het filteren van koolstoffen en broeikasgassen uit de lucht en technieken voor het omzetten van koolstoffen in energie. Een kleiner aandeel ging over de bouw van industriële installaties in Rusland in de laatste twintig jaar. 
“We know we have been doing the wrong things and we need to keep doing most of them. What we would like to know is what you could do for us, before other countries start using this information for their own benefit?” “Excuse me, I don’t think I quite understand what you are asking?” “We want you to design a plant that we can built. But of course we won’t use it. Once it is certain that other people are using these technologies, we can still make sure people know that we were the first to do so. Then no one can blame us for negligence or obstruction of evolution, you see.” Er viel een nog ongemakkelijkere stilte. “Never forget that spilling any of this information is considered a crime against the state.”
Was ik maar in België aan mijn bureau blijven zitten zweten. Ik had het gevoel dat er geen juiste beslissing was. Als ik de baan weigerde bestond de kans dat er gevolgen waren. Als ik de job aannam liep ik de rest van mijn leven rond met een geheim dat me het leven kon kosten. Het was niet de eerste keer dat ik met dit soort dilemma moest omgaan. Toen ik pas begon met werken gebeurde het wel vaker dat ik efficiënte en duurzame ontwerpen voorstelde op vergaderingen bij bedrijven zoals Phillips of Tupperware en dat die na enige beraadslaging botweg vroegen om een paar kleine foutjes in het ontwerp te steken. Liefst foutjes die de producten zouden laten falen net na de vervaldatum van de waarborg. Ik had er vaak mee geworsteld en wilde het liefst een eigen bedrijf opstarten waar ik wel de beste resultaten kon voorop stellen en niet de verkoopcijfers. Helaas betekent die beslissing in dit economisch klimaat vaak het einde van je carrière en mijn eerste zoon Lucas, een prachtman ondertussen, was net geboren.
Ook nu maakte ik dus de beslissing om het spel mee te spelen. De maatpakken gaven me een ruim maar stijlloos bureau met uitzicht over de stadskern. Ze toonden me waar de wodka en de sigaretten gestockeerd waren. Ik maakte het hen niet moeilijker door te vertellen dat ik al enkele jaren niet meer dronk of rookte en ik viel terug op mijn gekende ‘spaziba’. Ze hebben me een termijn van zes maanden gegeven. Ik hoefde niet in te zitten met de details van de bouw of de bemanning. Ik moest enkel zorgen dat er een werkbaar apparatuur ontwikkeld werd dat koolstof uit de lucht filterde en omzette in brandstof en dat er degelijk en robuust uitzag. Ik wist dat dit al langer bestond in Australië dus het enige dat ik moest doen was het bestaande ontwerp bemachtigen en het voldoende aanpassen zodat er niemand me met patenten rond de oren kon slaan.
Twee weken later namen de maatpakken me mee naar een stoffige werf aan de rand van Moskou waar ze al de basis van een groen ommuurde fabriek hadden neergezet. Overal liepen jongens van Uzbekistan en Kazachstan met zelfrol sigaretten in de mond en een doodse blik van wanhoop in de ogen. Dit was de site die dienst deed als masker voor het hele verhaal. Als er iemand vragen stelde werden er hier rondleidingen gegeven en belangrijke politici uitgenodigd en gefotografeerd. Op de zogezegde eerste steen plaat was er ruimte om eender welke datum in te vullen.
Na een maand was ik bijna klaar met mijn werk en ik was stilaan ziek geworden van de omgeving en de stress. Ondertussen was het nog steeds buitengewoon koel in Moskou met maxima van negentien graden. Enkele honderden kilometers verderop stond Siberië in brand. Ik wilde niet blijven tot de vrieskou van de winter dus ik besliste dan ook een vroegtijdig einde te breien aan dit bizarre verhaal. Er was ook enigszins weerstand om terug te keren. Ik lag vooral wakker van wat ik moest vertellen aan familie en vrienden over mijn Russische avontuur. Mijn ex vrouw was een fervente klimaatactiviste en ze had me dan ook gedumpt omdat ik volgens haar mijn idealen nooit omzette in daadkracht. Ik zag het einde van de tunnel niet, dus dan kan je ook het licht niet zien. “Het licht zit vanbinnen.” Dat zei ze altijd. Maar in de fabriekssite zat er helemaal niets van binnen. Er was zelfs geen elektrisch net aangelegd voor de verlichting. De machine die ik ontworpen had zal nooit gebouwd worden.
In September kwam ik al terug aan in Brussel. Op mijn weg van de luchthaven naar huis merkte ik gelukkig op dat ik gevolgd werd door een dikke mercedes met getinte ruiten. Ik dacht: “Dit is het einde. Ze vertrouwen niet dat ik mijn Westers gebabbel zal kunnen inhouden en ze gaan me erbij neerleggen. Gewoon om efficiënt te zijn.” Ik maakte een noodoproep naar de politie en ik liet me verder omrijden tot bij het dichtstbijzijnde kantoor. Daar deed ik mijn verhaal aan een rechercheur, met zo weinig mogelijk details maar met voldoende feiten om serieus genomen te worden. Die dag werd beslist om mijn naam en adres te veranderen. Ik werd moe van de verandering. Vooral van het gevoel nooit meer terug te kunnen naar hoe het was.
Sinds die zomer woon ik in een nu volledig gedigitaliseerde flat in Tervuren, een buitenwijk van Brussel. Ik werkte nooit meer als ingenieur. De Russen betaalden me zes miljoen Roebels, die ik uit een angst en pragmatische overweging volledig investeerde in cryptocurrencies zoals Bitcoin. Inmiddels bracht dat geld ongeveer vijfentwintig miljoen euro op. Het is nu 2034 en er wordt voorspelt dat de aarde nog een jaar of vijftien leefbaar zal zijn. Vele hipsters gebruiken modieuze maskers om te kunnen ademen op straat en ik lig hier op mijn sterf bed met emfyseem en hartaandoeningen. Stress en luchtvervuiling worden nu benoemd als de doodsoorzaak van ongeveer de helft van de bevolking.
Ik heb nooit een dag geleefd zonder te denken aan die zomer. Ik ben blij dat ik het allemaal met mijn laatste adem kan loslaten. 

Logically illogic / De logica van onlogisch zijn.

Аппети́т прихо́дит во вре́мя еды́.

Appetite comes with eating. / Honger krijg je als je aan het eten bent.

Russian proverbe

Being in a different culture is not new to me. At first Russia didn’t seem like such a strange place, quite European as a matter of fact. But after a week in Moscow and St. Petersburg I must say this place is odd. People are, without disrespect, quite weird here.

Our upstairs neighbors seem to think it’s normal to use our outdoor back balcony as a garbage disposal. Not only do they dump cigarettes, packages, chicken bones, plastic bags and wrappings on our quiet terras with a view, they also smile and cheer while they are doing it in full sight. A lady from a few floors down from the main source of mayhem, said that before people even got killed from a chair that was thrown down on the balcony. She said this reluctantly after asking wether I was married and if I was a Hare Krishna or looking for a wife in Russia.

Overall people seem to like to jump to conclusions. At first appearance they don’t want to talk to you and 99% of people is fully absorbed in their smart phones 99% of the time, but when you least expect it they will throw some completely intrusive and inappropriate question at you, or simply invade your privacy or give their blunt unvarnished opinion about the way you look or what you are doing. It seems like people could use some more practice at being social.

The whole society seems to be under some kind of spell of paranoia too. Guards, cameras, triple locks and suspicion everywhere. But then again no one seems to care about safety for real. When alarms, metal detectors or buzzers go off, no one even looks up from their distraction. Every casual conversation essentially revolves around money and power. In the most meaningless chat it already has to be obvious that nothing is for free and that they are more in power than you are.

No wonder domestic violence, suicide and other violence related numbers are sky high here. Staring, judging, name calling and provoking are standard behavior. For me as a traveler it doesn’t necessarily bother me too much and I just try to enjoy being lost in translation, but just getting by day to day is not that easy either. Every system seems ridiculously complex. Ground floor is called ‘ floor one’ resulting in weird address combinations like 65, floor 3, apartment 540. Houses don’t necessarily have a number, a few blocks can be part of one street number. And let’s not forget that everything is absurdly big. Housing blocks are huge, rain pipes the size of an otters tunnel.

Pricing is equally illogical from absurdly low prices local food items too extremely expensive important goods. And every shop has different prices. Very relaxing environments play fast and cold techno music. 80% of people looks dressed like they stepped out of an 80’s sitcom and 20% compensates for that with extremely extravagant outfits, rainbow hair colors and bodies full tattoos and make up. Old culture dominates the cities as street art has a 3 month prison jail penalty so most streets look quite dull.

Russian cities are a bit like India, they offer so much of so little and so little of so much that you automatically can’t but have a hate-love relationship with them. Oh and let’s not forget to mention that most girls look like they stepped out of a beauty magazine and most men look like decedents of the hunchback of the Notre Dammes. I hope Putin is not going to assassinate me for writing this blog. And no, unfortunately that is not a joke.

[Dutch]

Vreemde culturen zijn me niet vreemd. Bij aankomst leek Rusland helemaal niet zo vreemd. Redelijk Europees eigenlijk. Maar na een week door te brengen in Moskou en St. Petersburg moet ik toegeven dat het hier toch redelijk bijzonder is. Mensen zijn – zonder oneerbiedig te willen zijn – vrij vreemd hier.

Onze bovenburen lijken het normaal te vinden om ons terras als stortplaats te gebruiken. Ze smijten niet alleen sigarettenpeuken, pakjes, kippenbotjes, verpakkingen en plastiek zakken op ons stille balkon met uitzicht. Ze lachen en juichen ook in volle aanzicht wanneer ze het doen. Een dame van een paar verdiepingen lager dan de bron van alle miserie vertelde ons dat voordien mensen opgehaald werden met ambulance en wellicht stierven na dat er een stoel naar beneden werd geslingerd en op het hoofd belande van iemand die op het terras zat. Ze zei dit langs haar neus weg na me gevraagd te hebben of ik een Hare Krishna devotee was en of ik getrouwd was of in Rusland op zoek was naar een vrouw.

Over het algemeen lijken mensen er hier van te houden om snelle conclusies te trekken. Eerst lijkt het alsof niemand met je wil praten en bijna iedereen is dan ook heel de tijd geabsorbeerd in het gebruik van hun smart phone. Maar wanneer je het het minst verwacht vuren ze een indringende en privacy schendende vraag op je af of maken ze grove uitspraken over hoe je er uit ziet of wat je aan het doen bent. Ik denk dat mensen wat oefening in sociaal contact kunnen gebruiken.

De hele samenleving lijkt ook in de ban van een vreemde paranoia. Bewakers, camera’s, drie dubbele sloten en verdenkingen overal. Maar het lijkt er niet naar dat mensen echt inzitten met de veiligheid van anderen. Als alarmen of metaaldetectors afgaan kijkt niemand op van hun gekozen afleiding. Elk oppervlakkig gesprek lijkt te gaan om geld en macht. In het meest onbenullige gesprek moet het meteen duidelijk zijn dat niets gratis is en dat de persoon in kwestie meer controle heeft over de situatie dan jij.

Het verbaast me dan ook niet dat geweld binnen het gezin, zelfmoord en andere soorten gevechten schering en inslag zijn. Staren, oordelen, beledigen, bemoeiziek zijn en uitdagen zijn doorsnee gedrag. Voor mij als tourist stoort het me niet al te veel en ik probeer gewoon van de vervreemding te genieten, maar zelfs gewoon de dag doorkomen is niet vanzelfsprekend hier. Elk systeem is absurd complex. Gelijkvloers heet hier ‘eerste verdiep’ dus dan krijg je absurde adressen als blok 60, 3e verdiep, appartement 540, zonder enige logica waarom die kamer daar zou zijn. Huizen hebben ook niet per se een nummer, verschillende blokken behoren vaak toe aan 1 eigendom met 1 nummer. en laat me niet vergeten vermelden dat alles absurd groot is. Woonblokken hebben duizenden kamers en regenpijpen lijken gemaakt om als sluiptunnel te dienen.

Prijzen lijken hier ook geen steek te houden. Ze zijn overal anders en lokale producten zijn soms absurd goedkoop en import producten soms peperduur. Rustige eethuizen spelen zware techno. De meeste mensen lijken qua stijl uit een 80s sitcom gestapt, en de overige bevolking compenseert dit door extreem extravagant rond te lopen vol tattoos, make up en met obligatoir regenbooghaar. De oude cultuur regeert de stad. Op street art staan immers absurde boetes en 3 maanden gevangenisstraf dus de meeste straten zien er oersaai uit.

Russische steden doen me een beetje denken aan India. Ze bieden zo veel van zo weinig en zo weinig van zo veel dat je er enkel een haat-liefde verhouding mee kan hebben. En dan wil ik nog even kwijt dat de meeste meisjes er uit zien als miss universe en de meeste mannen alsof ze uit de orc cast van Lord of The Rings zijn geplukt. Ik hoop dat Putin me niet gaat fusilleren omdat ik deze blog post schreef. En nee, dat is helaas geen grapje.

INSPIRATION (A Lone Poem Long Gone) / INSPIRATIE (Een eenzaam lang geleden gedicht).

Originally written on 11th January 2018

It had been so long that I had basically forgotten. The kind of forgetting when you know someone but can’t recall their name, even if you have said it a thousand times before.
I have always been lonely, it is nothing new. But I used to deal with the emptiness by writing about it.

In that moment I would feel connected to everyone and everything and I could no longer be lonely. As if admitting to the universal pain of humanity made me feel as the deep rooted soul drop amongst the ocean of human consciousness. I had been struggling with loneliness, not because I was alone for the first time, but because for the first time I had not found an answer to it’s deep vacant call, rolling over me like a bass line causing agony.

This time I remembered and all of a sudden it unlocked a powerful rush of energy. The source of inspiration is not an idea or even a connection to memory or experience, but the simple remembrance of why we are passionate about a mode of expression, the remembrance why we are who we are in the way we deal with being real, with being human.

As soon as we surrender to that mode of resonance, we become deeply human again, firmly real and energized, for we embody a purpose, a reason to be that is useful for others. It is creative expression that connects us and we may be lonely or desperate, confused or heart broken, but as long as we remember who we are, we will always find a way out, an awakening into a new part of ourselves. Not because we seek the admiration of an audience or the reward for our work, but because without it we can’t recognize ourselves or stay sane.

Even if it seems useless or self involved to reach for these methods of self reflection and means to be heard – even if it s just by our self – energetically it will see us through and make us more self aware and centered, for that point of connection, of universality, of remembrance, of rushing inspiration, is what we really are.

[Nederlands]

Het was zo lang gelden dat ik het bijna vergeten was. Als wanneer je iemand kent maar je de naam niet kan herinneren, zelfs als je hem voordien duizend maal gezegd hebt. Ik ben altijd eenzaam geweest, het is niets nieuw. Maar vroeger ging ik om met de leegte door er over te schrijven.

In dat moment voelde ik me verbonden aan alles en iedereen en kon ik niet langer eenzaam zijn. Alsof het toegeven aan de universele pijn van de mensheid me liet voelen als een druppel in de diepe bodem van de zee van menselijke bewustzijn. Ik had geleden onder eenzaamheid niet omdat ik voor de eerste keer alleen was maar omdat ik voor de eerste keer geen antwoord had op de diepe vraag die over me golfde als een baslijn van doodsangst.

Deze keer herinnerde ik het me en het maakt een plotse stroomstoot los. De bron van alle ideeën is geen gedachte of verbinding aan herinnering of ervaring, maar het herdenken van waarom we bezielt zijn door uitdrukking. De herinnering van waarom we zijn wie we zijn in de manier waarop we omgaan met leven, met echt zijn, met mens zijn.

Zodra we ons overgeven aan die manier van resoneren worden we opnieuw terug diep menselijk, echt en levend met zekerheid, omdat we opnieuw een doel belichamen, een reden om er te zijn die belang heeft voor anderen. Het is de creatie zelf die ons verbindt en het kan dat we eenzaam of wanhopig zijn, verward of gebroken, maar zolang we herinneren wie we zijn, zullen we altijd een uitweg vinden, een manier om wakker te worden in een nieuw deel van onszelf. Niet omdat we bewondering zoeken van een publiek of de beloning voor het werk, maar omdat we onszelf niet meer kunnen herkennen zonder ons werk en ons verstand anders verliezen.

Zelfs als het nutteloos lijkt of egocentrisch om deze methoden te gebruiken om verbonden te blijven aan onszelf of als een manier om gehoord te worden – zelfs al is het alleen maar door ons zelf – het zal ons er energetisch door helpen en ons meer zelfbewust en gecentreerd doen voelen. Omdat dat punt van verbinding, van universaliteit, van herinnering, van erkenning, van gedreven inspiratie, is wat we echt zijn.


Aumassage / Omassage

Originally written in 2015 at Anahata Yoga Retreat, New Zealand.

you swept my back
with a tropical breeze of compassion
stroking the claws out of the cat
my pulsing wounds
held a hand in mind
this mountain top
unveils this truth
of fingers caring for the skin
they treat the joints they crack
like a new born problem
with infinite solutions
in small gestures
in quiet understanding
we find the voice
that suits our body
the moments that match our heart
in each others warmth
we release the heat
of temporary defeat


[Dutch/Nederlands]

jij veegde mijn rug
met een tropisch briesje medelijden
kneep de klauwen uit de kat
de pulserende wondes
hadden een hand in gedachten
op deze bergtop
wordt een waarheid ontrafeld
van vingers die voor vel zorgen
de gewrichten genezen die kraken
als een pasgeboren probleem
met oneindige oplossingen
in kleine gebaren
in stil begrip
vinden we een stem
die past bij het lichaam
het moment that het hart navolgt
in elkaars warmte
laten we de hitte los
van tijdelijk verlies